Wat doet een geldzorgmaatje

LogoOp dit moment zijn er 4 coördinatoren en ruim 60 maatjes. We willen uitgroeien tot maximaal 75 maatjes met 5 coördinatoren die dan ieder 15 maatjes aansturen. De coördinatoren hebben met hun groep drie maal per jaar een intervisieavond waarop anoniem casuïstiek wordt besproken en wat dit met je doet. Elk jaar vindt er tussen de coördinator met het maatje een voortgangsgesprek plaats. De maatjes werken in een koppel van twee, zo is voortgang bij bv. ziekte van één van de maatjes geborgd en kan er onderling overleg over de aanpak plaatsvinden.

Uitgangspunten.

Het GeldZorgMaatje

  • stimuleert, begeleidt en ondersteunt de hulpvrager op basis van gelijkwaardigheid en respect; de nadruk ligt hierbij op een begeleidingsrol en niet op het werkgebied van professionele schuldhulpverleners.
  • neemt de verantwoordelijkheid van de hulpvrager niet over, maar stimuleert de zelfstandigheid van de hulpvrager en ziet er op toe dat de hulpvrager zich aan gemaakte afspraken houdt.
  • gaat na of er onderliggende denk- en gedragspatronen zijn die tot de schuldvorming hebben geleid en helpt de hulpvrager bij het realiseren van nodige veranderingen.
  • verwijst bij crisisinterventie, in overleg met het tweede maatje en de coördinator, naar de gemeente en/of andere instanties
  • houdt het tweede maatje en de coördinator regelmatig op de hoogte van de voortgang en de ontwikkelingen van het begeleidingstraject. Elk kwartaal wordt er een rapportage aan de coördinator ingediend.

Uitvoering.
Nadat een coördinator heeft nagegaan wat de hulpvraag is en of die past bij het doel van de stichting, biedt hij de casus aan bij een maatje.

Het GeldZorgmaatje

  • houdt, eventueel samen met het tweede maatje, een intakegesprek. De hulpvrager ondertekent een overeenkomst tussen de stichting en de hulpvrager.
  • maakt samen met de hulpvrager een inventarisatie van alle schulden en eventuele relevante bezittingen.
  • maakt samen met de hulpvrager een overzicht van inkomsten en uitgaven en stelt vast hoe groot de aflossingsruimte is.
  • besluit in overleg met de hulpvrager, het tweede maatje, en de coördinator welke route gevolgd zal worden.
  • begeleidt de hulpvrager bij het (eventuele) bezoek aan de gemeente, waarbij de inventarisatie van de schulden en het overzicht van de inkomsten en uitgaven worden overgelegd.
  • stelt, in overleg met de gemeente, voor om zo nodig voorlopige maatregelen te nemen, zoals het betalen van kleine schulden of het opzeggen van overbodige abonnementen etc., om ruimte te maken voor aflossingen.
  • maakt samen met de hulpvrager een budgetplan als geen beroep op de gemeente gedaan hoeft te worden.
  • gaat na of er inkomsten uit arbeid kunnen worden verkregen of verhoging daarvan.
  • adviseert de hulpvrager bij het maken van afspraken over betalingsregelingen.
  • gaat na of er recht is op bepaalde subsidies en helpt de hulpvrager bij het aanvragen ervan (huur en zorgtoeslag, bijzondere bijstand, regelingen minimabeleid, et cetera).
  • helpt de hulpvrager met het op orde brengen en houden van de administratie,

Wanneer er sprake is van schuldhulpverlening en bewindvoering door derden:

  • stimuleert de hulpvrager zich te houden aan gemaakte afspraken en aangegane verplichtingen.
  • neemt regelmatig met de hulpvrager de noodzakelijke uitgaven door en geeft zo nodig adviezen.
  • houdt contact met de schuldhulpverlener van de gemeente en de eventuele bewindvoerder.

Nazorg

  • het maatje houdt contact met de hulpvrager om terugval te voorkomen en door te gaan op de ingeslagen weg van schuldvrijheid.